Platform ISOR vraagt aandacht voor openbare ruimte in regeerakkoord
We verzonden een brief aan informateur Letschert, waarin wij de formerende partijen een kernboodschap aanreikten voor het regeerakkoord.
Dordt-West is één van de gebieden uit het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid (NPLV). Voor dit gebied is een integraal programma opgezet op basis van de opgaven in het gebied. Dit beviel goed. Omdat middelen en capaciteit beperkt zijn, koos de gemeente ervoor om ook voor de andere stadsgebieden, Dordt Oost en Dordt Centrum, inzichtelijk te maken wat de integrale prioriteiten zijn. Gebiedsmanagers Angelique Meijer en Mieke Muijres vertellen: “We willen dichter op de beleefwereld van bewoners aan de staan. Hun leefwereld laat zich niet vaak vangen in één beleidsthema. Ons doel is te komen tot breed gedragen ambities en prioriteiten voor de gebieden samen met partners en bewoners.”
De gemeente koos voor een gebiedsprogramma dat de sociale, fysieke en economische thema’s samenbrengt. Muijres: “We begonnen met een op data gebaseerde gebiedsanalyse. We hebben voor de zeven doelen van de omgevingsvisie indicatoren opgesteld die inzicht geven in zowel de fysieke als de sociale leefwereld. Vanuit deze data proberen we te achterhalen waarom een wijk of buurt achterblijft ten opzichte van het stedelijk gemiddelde.” Op basis hiervan kwam het team onder regie van gebiedsmanagers Meijer en Muijres tot een prioritering. Dat ging niet altijd even makkelijk, vertelt Meijer: “Het was lang zoeken naar gemeenschappelijke taal en beeld tussen sociale en fysieke collega’s. De prioritering is vervolgens intern en extern gevalideerd. In interactieve sessies hebben we samen met partners, wijkprofessionals en bestuurders de prioriteiten bepaald.”
“Nieuw voor ons was de integrale focus op buurtniveau”, vertelt Muijres. Volgens haar is er veel winst te behalen op buurtniveau. “Opeens sprong een aantal buurten er in negatieve zin uit. Hun scores liggen op het niveau van de NPLV buurten. Omdat onze kennis en data op wijkniveau zat, hadden we hier te weinig beeld van.”
Ook concreet voorbeeld uit Dordrecht Centrum. De wijk De Staart vraagt aandacht op thema’s ‘aantrekkelijke stad’ en ‘klimaatbestendige stad’. Bewoners voelen zich hier afgesneden en vergeten. Ze hebben te maken met een terugloop in voorzieningen en met een vervuilde leefomgeving vanwege nabije chemische industrie. Er was fysiek onderhoud gepland voor de wijk. Op basis van de gebiedsagenda is nagegaan of geplande fysieke onderhoud gekoppeld kon worden aan sociale investeringen.
“Dat is gelukt”, vertelt Meijer. Er is een tijdelijke ontmoetingsplek gerealiseerd voor bewoners. De plek wordt binnenkort ook gebruikt als lunchplek door de mensen die aan het fysieke onderhoud werken. Meijer: “Daardoor ontstaat kruisbestuiving. Bewoners kunnen actief meedenken over de herinrichting en worden betrokken bij de organisatie van de ontmoetingsplek.” Uiteindelijk hoopt Meijer dat door dit soort aanpakken de beleving van inwoners en de data ook verbeteren.
“Bewoners kunnen actief meedenken over de herinrichting en worden betrokken bij de organisatie van de ontmoetingsplek”, gebiedsmanager Angelique MeijerEn wat vinden wijkmanagers van deze aanpak? “Zij vinden het fijn om samen met ons uit te zoomen op de belangrijkste vraagstukken”, vertelt Muijres. “Zij zijn vaak bezig met de vragen uit de wijk, die op dat moment aandacht nodig hebben. Hierdoor werken ze vooral reactief. Door samen uit te zoomen, weet je waar je het verschil moet maken”. Ze kunnen de buurt vervolgens raadplegen voor ‘hoe?’ ze dat kunnen doen. Bewoners weten immers het best welke aanpak aansluit op hun behoeften.
De gebiedsmanager vervult een essentiële brugfunctie tussen het sociale en fysieke domein. Dit is een spannende rol. Muijres: “Wie deze rol goed invult, ervaart die spanning als vast onderdeel van het werk. Het vraagt om het uitdragen van een nieuw geluid en het innemen van een duidelijke plek aan tafel. Hierdoor moeten mensen soms inleveren op hun sectorale belangen, omdat besluiten meer in gezamenlijkheid worden genomen. Het prioriteren van doelen in de gebieden was hierdoor een bitterzoet proces”. Zij voelt zich wel gesterkt, omdat ze op basis van data en de validatie uit de wijk de daadwerkelijke behoefte van bewoners in beeld brengt.
“Wie deze rol goed invult, ervaart die spanning als vast onderdeel van het werk”, gebiedsmanager Mieke MuijresDe praktijk leert dat het verbinden van het sociale en fysieke domein tijd, geduld en het overbruggen van verschillende ‘talen’ en ritmes vraagt. Budgetten en systemen zijn vaak nog sectoraal georganiseerd, wat het lastig maakt om integraal te werken. Daarom moeten budgetgrenzen doorbroken worden. Storytelling – het zichtbaar maken van waarde via verhalen – helpt om draagvlak te creëren. Ruimte om te experimenteren en te leren van praktijkervaringen is essentieel. Ook investeren in een gemeenschappelijke taal loont en slaat een brug tussen verschillende (vak)werelden. Clustermanager Ruimtelijk Beheer, Jan Booij; “Het begint echt met gemeenschappelijke taal. Het was fantastisch om te zien dat we na 3 of 4 sessies elkaar echt begrepen”.