Apeldoorn gaat voor integrale samenwerking
Gemeente geeft inkijkje in aanpak en resultaten
In samenwerking met
Apeldoorn groeit. Tien jaar geleden telde de stad ongeveer 160.000 inwoners, anno 2025 zijn dat er 168.000 en de komende jaren zal dat doorgroeien naar 180.000 of meer. Het is momenteel de elfde gemeente van Nederland naar inwonertal. Door die omvang en groei is er veel ervaring met opgaven in de openbare ruimte – Apeldoorn heeft wat te melden.
Actief in kennisuitwisseling
De gemeente treedt dan ook graag op de voorgrond als er kennis en ervaring wordt uitgewisseld. ‘We leveren graag een actieve bijdrage op dit terrein’, zegt Johan Moolenaar, concerndirecteur van het thema Ruimte en Economie bij de gemeente Apeldoorn. ‘We zetten bijvoorbeeld vol in op het platform ISOR (Integraal Samenwerken Openbare Ruimte, red.) en zitten daar verschillende werkgroepen voor. In dit soort verbanden hoor je echt van elkaar wat er speelt en hoe je dat oplost. En dat is hard nodig, want er is niet alleen veel werk te verzetten in de openbare ruimte, ook de complexiteit ervan neemt toe. Er is meer afstemming nodig om alles een goede plek te geven. Daarvoor worden nieuwe praktijken ontwikkeld, niet alleen door ons maar door gemeenten, net- en waterbeheerders, kennisinstellingen en adviseurs in het hele land. Het is goed om elkaar daarvan op de hoogte te houden.’
Fotograaf: Rob Voss
Die nieuwe praktijken om toekomstbestendige openbare ruimte te maken gaan voor een belangrijk deel over samenwerking. Integrale samenwerking. Ofwel: een beoogde fysieke ingreep wordt optimaal ingezet om meerdere belangen te dienen. Bij het vervangen van een riolering gaat het bijvoorbeeld om meer dan een functionerend rioleringsstelsel. Je kijkt dan ook naar mogelijkheden tot vergroening van de omgeving en het creëren van geschikte ontmoetingsplekken voor omwonenden. En bovendien naar een logische volgorde van de verschillende fysieke ingrepen die op het programma staan. Zorg bijvoorbeeld dat de overlast in de stad beheersbaar blijft, dat synergie (‘werk met werk maken’) en schaalvoordelen goed worden benut en dat er voldoende capaciteit is om het werk uit te voeren.
Integraal werken omarmd
Deze hechtere samenwerking is goed merkbaar binnen de gemeentelijke organisatie, stelt Chris Lagendijk. Hij is afdelingshoofd Ruimtelijk ontwerp en realisatie, een van de afdelingen die binnen het thema Ruimte en Economie vallen. ‘Integraal samenwerken heeft echt een plek gekregen binnen onze gemeente. Dat zie je aan onze ruimtelijke plannen: ze ademen integraliteit uit. Onze onlangs uitgebrachte Hoogbouwnota is daar een goed voorbeeld van.
Het toevoegen van waarde is telkens het einddoel; dat gaat verder dan het realiseren van een voorziening. En je ziet het niet alleen in de plannen terug, ook concreet, in de fysieke ruimte. Zo hebben we meerdere beken en sprengen teruggebracht in de stad die eerder waren gedempt. Dat is goed voor een robuust waterstelsel, maar voegt ook wat toe aan de attractiviteit (belevingswaarde) van het centrum. Zonder een integraal afwegingskader was je misschien tot andere keuzes gekomen waar de stad per saldo minder van profiteert. Integraal werken valt ook samen met verdere professionalisering van ons assetmanagement, waarbij we de werking van onze assets in breder perspectief bekijken dan voorheen en verder in de tijd. Ook dat is nodig om tot volwaardige integrale afwegingen te komen.’
Cyclische ketensamenwerking
Naast het zien en toevoegen van (potentiële) waarde vraagt integraal samenwerken ook een volwaardige en gecombineerde inbreng van verschillende professionele perspectieven binnen de organisatie. Om dat goed uit de verf te laten komen, werkt de gemeente met een model van ketensamenwerking op projectniveau. ‘We gaan voor het plannen en realiseren van projecten in de openbare ruimte met minimaal drie gemeentelijke afdelingen aan tafel’, legt Johan uit. ‘Op concernniveau, op het niveau van de betrokken projectorganisatie en op het niveau van de concrete uitvoering; die afdelingen hebben in iedere fase een gelijkwaardige inbreng in een cyclisch proces. Daardoor komen bijvoorbeeld inzichten die bij de uitvoering van eerdere, vergelijkbare projecten zijn opgedaan goed in beeld.’
Samenwerking met externe partijen
De gemeente doet het werk in de openbare ruimte natuurlijk niet alleen. Ook voor de (integrale) samenwerking met externe samenwerkingspartners zoals netbeheerders is daarom veel aandacht. Dat is volgens Chris op de eerste plaats een zaak van bezieling, ‘samenwerken op hartsniveau’. ‘Je gaat met elkaar het gesprek aan, geeft inzicht in elkaars planningen en in hoe die op elkaar aan te laten sluiten. Dat vraagt een zekere openheid, vertrouwen in elkaar. Dan krijg je het goede gesprek. Wat overigens niet wegneemt dat soms harde keuzes gemaakt moeten worden, keuzes die flexibiliteit vragen van de betrokkenen en de bereidheid om planningen aan te passen.’
Maar soms valt het ook mee. ‘We hebben bijvoorbeeld de planningen en plankaarten voor de uitbreiding van het warmtenet en voor vernieuwing van de riolering over elkaar gelegd’, vertelt Johan. ‘En dan zie je een behoorlijk grote congruentie in wanneer welk gebied aan de beurt is voor beide ingrepen. Als je dat weet, gaat afstemmen een stuk makkelijker.’
Goed bezig?
Hoewel het lastig is te bepalen hoe de situatie was geweest zonder speciale aandacht voor integraal samenwerken, toont een aantal cijfers aan dat Apeldoorn goed bezig is. Zo worden bouwmaterialen steeds beter hergebruikt en dat is inmiddels te merken aan de krimpende stroom nieuwe materialen. En de bewonerstevredenheid is al jaren hoog blijkt uit metingen; de norm van 70 à 80 procent van de mensen die tevreden is over een ingreep wordt ruimschoots gehaald. En een laatste wapenfeit: Apeldoorn heeft, na enkele jaren in de subtop, dit jaar de eerste plek ingenomen op de gezaghebbende Gezonde Stad Index van ingenieursbureau Arcadis. Voor Johan en Chris zijn dat belangrijke meetpunten. ‘Want je doet het voor de bewoners, de gebruikers van onze openbare ruimte. Als zij zich gezond en gelukkig voelen, zijn wij ook tevreden.’